Droomtijd: hoe overleden dierbaren met ons communiceren via dromen

Als er iets is wat de mensheid en het leven op aarde duizenden jaren lang heeft gekenmerkt, dan is het wel dat er een sluier ligt tussen de verschillende dimensies en werelden.

De meesten van ons geloven wel dat er meer is tussen hemel en aarde en dat onze geliefden niet zomaar verdwenen zijn wanneer ze sterven, maar daarbij blijft het soms bij een vaag vermoeden of intuïtief weten.

Toch is het zo dat, wanneer je verschillende wereldmythen met elkaar vergelijkt, in die verhalen dikwijls een tijd aangekondigd wordt waarin de mens steeds meer afgescheiden raakt van de Bron en het contact met de andere werelden, o.a. de werelden van de voorouders en de goden. De goden, die niet zelden van andere planeten of sterrenstelsels afkomstig zijn, trekken zich terug en de mens krijgt de vrije wil om zijn eigen lessen te leren en zijn ware goddelijke natuur terug te vinden. Volgens sommige verhalen heet het, dat de goden er een potje van gemaakt hebben met hun oorlogen tussen reuzen, titanenzonen of ongebreideld voortplanten met schone aardedochters. Ook waren de mensen hen als goden gaan vereren, hetgeen niet de bedoeling was.

De scheiding tussen de werelden van de mensen en de niet-mensen wordt nog duidelijker wanneer volgens sommige mythen en verhalen later ook de natuurwezens van de aarde (zoals elfen en feeën) besluiten om weg te blijven en geen contact meer te zoeken met ons. Ook wij hebben er namelijk inmiddels een potje van gemaakt, zo heet het. De sluier valt nog een stukje meer op aarde neer.

Tenslotte beginnen de mensen zich inmiddels ook nog eens zo te vereenzelvigen met het stoffelijke en de materie, dat daardoor de sluiers tussen de geziene en ongeziene wereld nóg weer eens verder verdichten: we keren ons af van het goddelijke in ons, ons trillingsgetal wordt steeds trager waardoor onze wereld met onze emoties en gedachten zich nóg meer verdicht tot een haast compacte deken die om en over ons heen komt te liggen. Moeilijk voor wezens in een doorgaans etherische bestaansvorm om daar nog doorheen te prikken!

En niet alleen voor niet-menselijke wezens wordt het hierdoor lastiger om met ons te communiceren, ook voor mensen die bij hun overlijden de oversteek maken naar het rijk der zielen. Zij willen ons dikwijls laten weten dat het goed met hen gaat, soms willen ze ons ook beschermen of een boodschap doorgeven.

De ziel is overigens geen vaststaand, volleerd gegeven, maar onze goddelijke vonk die door de levens heen blijft ‘bijleren’ en haar ervaringen opslaat in o.a. ons etherische en causale lichaam. Zij leert daarbij energie te hanteren, te manifesteren en de lessen van dualiteit met elkaar in balans te brengen. De ene ziel is daar verder in dan de andere, zonder dat het hierbij gaat om oordelen zoals ‘oude’ versus ‘nieuwe’ ziel. De zogenaamde leeftijd van een ziel zegt niets over de snelheid waarmee de lessen geleerd worden. De ziel wil meesteren, dat is waar het in essentie om gaat: zelfmeesterschap verkrijgen alvorens zij volledig verrijkt weer terug kan keren naar de Bron, zoals water waarvan de verschillende watermoleculen zich soms als druppel manifesteren, maar zich heel makkelijk bij het geheel kunnen voegen om deel te worden van dezelfde stroom.

Een van de lessen die de ziel hierbij leert, is zoals gezegd het manifesteren met energie. Ook het manifesteren van zichzelf. Een van de manieren waarop de ziel dit doet, is door in onze dromen te verschijnen. Droomtijd schept de ideale voorwaarden voor contact tussen de verschillende werelden en dimensies, omdat de mens zich dan in een heel andere bewustzijnsstaat bevindt. Onze ziel en onze niet-fysieke lichamen kunnen daarbij vrijelijk contact maken met andere zielen en werelden.

Uit de regressiesessies die o.a. Dr. Michael Newton heeft gedaan bij cliënten, blijkt dat overledenen graag de droomstaat gebruiken om ons te bereiken. Dit is ook mijn eigen ervaring met overledenen (hoewel veel van hen ook andere middelen gebruiken om ons iets door te geven). Daarbij zijn er grofweg twee manieren: of de ziel aan gene zijde creëert zelf een droom om contact te leggen, of hij/zij kiest een bestaande droom om zichzelf daarin te projecteren op een manier dat hij/zij herkenbaar is voor de dromer. In het laatste geval gaat de ‘ziel’ de droom van de dromer binnen en probeert met hem of haar contact te leggen.

Dikwijls is zo’n droom niet zomaar een droom, maar een hele levendige of lucide droom voor de dromer. Zo overkomt het mij geregeld dat ik in de droom mijzelf ervan vergewis dat dit de werkelijkheid is. Ik weet dan namelijk dat de overledene niet meer onder ons is, en zoek bewust naar allerlei bakens en herkenningstekens om zeker te weten dat het niet ‘slechts’ een droom is. Daarbij gebruik ik al mijn zintuigen en betast bewust objecten zoals vloeren en muren en zeg zelfs: ‘hoor eens, ik weet dat je dood bent. Welke boodschap kom je me brengen?’

Zichzelf in een droom plaatsen en zeker er eentje zelf creëren kost energie en vaardigheid. De zielen doen daarbij vaak hun best om ervoor te zorgen dat de boodschap overkomt. Zo vertelde een persoon in regressie tijdens een diepe trance dat zij na haar overlijden in haar vorige leven:

‘[zichzelf] rustig in een droom [ging] plaatsen. (…) Ik kan nog niet goed dromen creëren. Het is voor mij veel gemakkelijker om er een van haar te nemen. (…) Ik ga de droom binnen vanaf de andere kant van het veld door mijn energiepatronen aan te passen aan de gedachten van mijn moeder. Ik projecteer een beeld van mezelf zoals ik er uit zag toen ze me voor het laatst zag. Ik steek langzaam het veld over om haar te laten wennen aan mijn aanwezigheid. Ik zwaai en glimlach en ga dan naar haar toe. We omhelzen elkaar en nu stuur ik golven van verjongende energie naar haar slapende lichaam.’ En ook: ‘wanneer mijn moeder wakker wordt, is er in haar bewustzijn zo’n levendige indruk van dit landschap en mijn aanwezigheid daarin, dat ze vermoedt dat ik bij haar ben. Na verloop van tijd is de herinnering zo werkelijk dat ze er zeker van is.’*

Dit lukt niet elke ziel. Soms is de dromer niet ontvankelijk of is er sprake van een grote kloof tussen zijn ratio en bereidheid om boodschappen aan te nemen. In zo’n geval wordt wel eens een tussenpersoon gekozen, zoals de partner of een ander ontvankelijk iemand, die de boodschap kan overbrengen. In veel gevallen betreft dit kinderen en kleinkinderen. Soms ook is de ziel nog niet zo heel vaardig in het goed timen van zijn entree in een droom. Ook dit heb ik wel eens meegemaakt, inclusief de verwarring en de excuses dat het niet zo’n handig moment was.

Manifesteren met en hanteren van energie is een les die we als zielen uiteindelijk allemaal zullen leren meesteren. Daarbij leren we afhankelijk van de situatie om energie als een straal te bundelen en te richten, maar ook in zachte ‘druppels’ te sturen en te splitsen, zodat deze meerdere plekken tegelijk kan bereiken. Deze lessen oefenen we vaak al tijdens ons bestaan, wanneer we bijvoorbeeld de innerlijke behoefte beginnen te voelen niet zomaar onbewust of zelfs verspillend met energie om te gaan, maar deze bewust en aandachtig te gebruiken. Velen van ons werken hier ook aan wanneer ze aan het dromen zijn, niet zelden op etherische leerplaatsen waar onze ziel in haar fijnere lichamen ‘s nachts naar toe gaat.

Hoe dan ook, we helpen onze overleden dierbaren door aandacht te schenken aan de subtiele hints die zij ons soms geven via onze dromen. Ze laten ons weten dat de sluiers steeds dunner worden, en dat zij blij zijn ons te kunnen laten weten hoe het met hen gaat. En dat we niet moeten schromen om de boodschap aan anderen door te geven, wanneer zij door hun verdriet of geslotenheid niet zelf in staat zijn deze boodschap aan te nemen.

*Michael Newton, ‘De zielsbestemming. Nieuwe casestudies over het bestaan tussen de levens in,’ Altamira Haarlem 2011 (2000), blz. 40-42

foto van Je wilde ware zelf.
Afbeelding door Pino Daeni